Monday, February 25, 2008

Leestip - Kurt Köpruner‘s Balkan-offensief, of waarom Kosovo er geen recht op heeft als staat erkend te worden

Voor wie wil begrijpen waarom Belgrado brandt, is Reisen in das Land der Kriege - Erlebnisse eines Fremden in Jugoslawien van de Oostenrijkse zakenman Kurt Köpruner absoluut een must. Het boek onderscheidt zich van alle andere literatuur die er in de afgelopen jaren over de Balkanoorlogen is verschenen, omdat het een beeld schetst dat haaks op de heersende opvattingen staat. Ik heb me tot voor kort nooit zo beziggehouden met de situatie op de Balkan en was er daarom niet van op de hoogte dat de hele wereld Servië als de aanstichter van alle kwaad ziet. Ook wist ik niet dat er een Amerikaans bedrijf namens Ruder Finn is, dat bewust en in opdracht van onafhankelijkheidsgezinde partijen in Kroatië (en later ook in Kosovo) de media en daarmee de algemene opinie heeft gemanipuleerd om een anti-Servische houding te creëeren. Een topman binnen Ruder Finn gaf dit onomwonden toe in een gesprek met de Fransman Jacques Merlino. Zoals Ruder Finn op haar eigen homepage middels een citaat van Anthony Bouza echter aangeeft steekt er achter elk simpel probleem een complexe realiteit.
Dat de waarheid inderdaad niet zo eenvoudig is als Ruder Finn en de media ons willen doen geloven, toont Köpruner met behulp van betrouwbare bronnen en op grond van honderden gesprekken met Serviërs, Kroaten, Slovenen en andere ex-Joegoslaven overtuigend aan. Ook heeft hij zich tijdens talloze bezoeken aan de regio een eigen beeld kunnen vormen van wat zich werkelijk op de Balkan afspeelde.
Let op, Köpruner wil geenszins de misdaden van de Serviërs bagatelliseren. Eerder rukt hij de duistere kanten van de andere Joegoslavische volkeren in het licht om zo een completer beeld te schetsen. Köpruner komt tot de conclusie dat alle partijen schuld hebben aan hetgeen er op de Balkan is gebeurd. Wat bijvoorbeeld bij veel mensen niet bekend is, is dat er kort voor de onafhankelijkheid van Kroatië een sterke opleving plaatsvond van de vroegere fascistische Ustasa-beweging en dat uitgerekend Duitsland deze beweging ondersteunde in haar streven naar onafhankelijkheid. Dat veel Serviërs hieronder hebben geleden valt zelden ergens te lezen.
Ook wordt uit Köpruners boek duidelijk dat Kosovo een oer-Servische regio is, waar zich in de loop der tijd steeds meer Albaniërs hebben gevestigd. Deze willen nu puur op basis van het feit dat ze in aantal een meerheid vormen onafhankelijk worden van Servië. Om even een simpele vergelijking te trekken die niet eens zo onrealistisch is. Het aantal Turken in Berlijn neemt sterker toe dan het aantal Duitsers. Stel nu dat er over 50 jaar meer Turken in Berlijn leven dan Duitsers en die Turken op grond van hun meerderheid binnen de grenzen van de stad een onafhankelijke staat uitroepen. Hoe zou Duitsland of de internationale gemeenschap hierop reageren?
En om de situatie nog wat verder toe te spitsen. Zouden andere landen deze eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring ondersteunen, wanneer deze afkomstig was van een terroristische organisatie? De USA beschouwde de UÇK tot voor enige jaren als terroristen, maar is inmiddels van mening veranderd. Het Kosovo Bevrijdingsleger heeft talloze Serviërs verdreven of vermoord. Tot op de dag van vandaag kunnen Serviërs niet zonder bescherming van KFOR in Kosovo leven. Hierover wordt in de media nauwelijks met een woord gerept.
Köpruner‘s boek maakt duidelijk hoezeer er met twee maten wordt gemeten als het om de oorlogen op de Balkan en de strijd tegen het terrorisme gaat. Landen als de VS en Duitsland hebben zich ongeloofwaardig gemaakt met de erkenning van Kosovo. Ze hebben de VN en de NATO uitgehold omwille van .... ja omwille van wat eigenlijk? Na het lezen van Reisen in das Land der Kriege kon ik alleen maar bitter vaststellen dat we met z‘n allen de weg goed kwijt zijn op deze wereld. Ook wij Europeanen en dat is meer dan triest.

Mijn waardering: ★★★★

★ prut ★★ gaat wel ★★★ aardig ★★★★ wow ★★★★★ top



Het boek is momenteel helaas alleen in het Duits, Servisch en Japans beschikbaar. Wie Duits in woord en geschrift beheerst, kan het zonder al te veel moeite lezen. Het is overzichtelijk ingedeeld en levendig en toegankelijk geschreven.

Record Mania - In Noorwegen leiden alle wegen naar Washington

Zo nu en dan vraag ik me wel eens af hoeveel prachtige muziek er onontdekt blijft en door mij ongehoord zal blijven. En of dat erg is.
Soms denk ik van wel. Dan stel ik me voor hoe het leven bijvoorbeeld zou zijn zonder Elliott Smith. Er gaat geen week voorbij zonder een keer naar Figure 8 te luisteren dat hoog in mijn top 10 van favoriete albums staat. Smith is geen onbekende, maar ook niet megaberoemd. Ik had in ieder geval nog nooit van hem gehoord. Niet dat dat nou wat wil zeggen, maar toch. Ik ben ook geen absolute nul wat muziek betreft. De gedachte dat ik de muziek van Elliott Smith misschien wel nooit zou hebben leren kennen als er geen gekke Belg tegenover mij had gezeten op mijn werk, die me op een dag een USB stickje gaf met Figure 8 erop, vind ik toch redelijk ondraaglijk.
Aan de andere kant denk ik dat het ook niet tragisch is dat me het een en ander ontgaat. Je kunt niet alles kennen. Bovendien waardeer je dan misschien meer datgene dat je bij toeval in je schoot krijgt geworpen. Zoals bijvoorbeeld het debuutalbum A New Order Rising van Washington, drie milchbubis uit het koude, Noorse Tromsø. Wanneer je de knaapjes zo ziet, dan verwacht je niet hoe groots de muziek is die ze maken. Wie naar A New Order Rising luistert, hoort een waar meesterwerk. Elk nummer is een juweel. De stem van zanger Rune Simonsen gaat door merg en been, strijkertjes en steel guitars snijden in je ziel en een zeurderig orgeltje zorgt voor kippenvel. Washington weet als geen ander muzikaal uitdrukking te geven aan de stemmingen waarin een mens kan vervallen. Melancholie en weemoed worden afgewisseld door woede en verdriet, zoals in het krachtige, maar tegelijkertijd breekbare Black Wine. Wat een nummer. En dat orgel! Ruim acht minuten hield het handjevol mensen in de Magnet Club in Berlijn de adem in en luisterde aandachtig naar dit schitterende stuk muzikale poëzie. Washington overtuigt namelijk niet alleen op de plaat, maar ook live. Na elk nummer haalde de band een daverend applaus binnen en stal met het ene na het andere nummer de harten van alle aanwezigen. Hun optreden vorig jaar april was één van mijn lievelingsconcerten. En dat zomaar op een ordinaire maandag. Halleluja.
Thuis luister ik het liefst op regenachtige zondagmiddagen naar Washington, wanneer het al een beetje donker begint te worden. Met een paar lampjes aan staar ik dan naar het plafond en laat me meevoeren door prachtige nummers als A long poem about the acts of heroes and gods of Bluebird. Bij Velvet Room krijg ik het gevoel, me diep onder water te bevinden. Luchtbellen stijgen omhoog naar het wateroppervlak. Verder is alles vredig. Het liefst zou ik op de zeebodem willen blijven zitten en me willen verliezen in herinneringen aan voorbije tijden, die door deze nummers worden opgeroepen. Maar dan breekt opeens de zon door. Het opgewekte Landslide is zo fris als de eerste lentedag en door het spannende, tegendraadse Riverrun by night krijg ik zin om naar de oppervlakte te schieten en nieuwe horizonten te ontdekken.
Het tweede album Astral Sky is met dezelfde ingrediënten gemaakt, maar is geenszins een kopie van A New Order Rising. Ook de nummers op deze plaat zijn weer stuk voor stuk van hoge kwaliteit, zoals het rustige The Stand of het ingetogen Each and Everyone. Astral Sky is misschien iets sneller, iets gedrevener dan A New Order Rising. Met het wilde en onbeteugelde Vaults toont de band een hele nieuwe kant van zichzelf. Dat maakt nieuwsgierig naar meer.
Tot mijn grote vreugde werkt Washington alweer aan nieuwe nummers. Zou het de kou en de duisternis in het hoge Noorden zijn die inspireert, of juist de terugkomst van het licht en de warmte? Misschien is er gewoon ook wel niks te doen boven de poolcirkel en is het de verveling die het beste uit deze jongens naar boven haalt. Hoe het ook zij, het noorderlicht schijnt een lichtje op Washington en ik hoop dat het nooit dooft.

Mijn waardering: ★★★★★

★ prut ★★ gaat wel ★★★ aardig ★★★★ wow ★★★★★ top



Luister zelf naar Washington op My Space. Of kijk naar Boulder on the brink live at the Bukta Festival.

Thursday, February 14, 2008

Stories from Down Under - Australië zegt SORRY

Op 13 februari 2007 heeft de Australische premier Kevin Rudd in het parlement officieel SORRY gezegd tegen de Aboriginal bevolking van Australië. Luister hier naar de speech die hij gisteren hield.

Rudd had voor de verkiezingen in november 2007 al aangekondigd de verontschuldigingen uit te willen spreken, wanneer zijn partij Labor zou winnen. Indigenous Affairs minister Jenny Macklin stelde uitdrukkelijk dat:

"The apology will be made on behalf of the Australian government and does not attribute guilt to the current generation of Australian people"

Voormalig premier John Howard heeft altijd geweigerd de verontschuldigingen uit te spreken, omdat hij van mening was dat de huidige generatie niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de misstanden in het verleden. Dat een verontschuldiging toch uitgesproken kan worden, bewijst Rudd nu. Veel Australiërs zijn van mening dat het de hoogste tijd was geworden om sorry te zeggen. De kloof tussen blank en zwart is enorm groot en kan volgens velen pas gedicht worden, wanneer officieel wordt erkend dat de Aboriginal bevolking jarenlang heeft geleden onder het beleid van de overheid. Natuurlijk is het nog maar de vraag of er op deze woorden ook daden zullen volgen. Aboriginal leider Noel Pearsson is pessimistisch. Hij zei dat:

"Blackfellas will get the words, the whitefellas keep the money"

Veel Aboriginal leiders zijn echter blij met de verontschuldigingen. Professor Mick Dodson, directeur van het National Centre for Indigenous Studies aan de Australian National University, stelde dat:

" I think it's an enormous moment for us"

Dodson en vele andere zien de verontschuldigingen echter als één kant van de medaille. Compensatie voor het toegevoegde leed is de andere. Dodson stelt dat:

Denying compensation isn't really a decent way out - it's far too negative a way to respond to these people whose pain and suffering is very well known."

Andere reacties van Aboriginals waren:

"It's wonderful that it's happening. Is it going to stay?"

"The apology will make a difference through pride, through being able to hold your shoulders a little bit more square, and walk with an understanding that we've been apologised to. But how long has it taken, you know?"

"I guess today I was almost crying that somebody actually apologised and accepted responsibility and undertook to address those very concerning issues that prevail in aboriginal communities.”

"I heard Kevin Rudd say the words and personally I accept his apology... It is just one word but it's something that we've waited to hear for a long time and 'sorry' does mean a hell of a lot to the stolen generations."

Sinds een aantal jaren houd ik me intensief bezig met de jonge geschiedenis van Australië en de gevolgen ervan voor de oorspronkelijke bevolking. Ik ben enorm geroerd door Rudd's woorden. Net als veel Aboriginals ben ik blij en sceptisch tegelijk. Blij omdat de stap eindelijk is gezet. Dat is een goed teken; een eerste begin. Sceptisch omdat nog moet blijken wat deze stap in de praktijk werkelijk betekent. Australië heeft zich in het verleden inzake Indigenous Affairs nu niet echt van een goede kant laten zien. Na de duistere Howard era is er echter voor het eerst weer hoop voor de toekomst. Reden voor een feestje, denk ik!

Berlijnse Notities - Stad in Beweging

Onlangs zag ik in het mooie Deutsches Historisches Museum de fototentoonstelling Eye on Time van Michael Ruetz. De fotograaf heeft gedurende een periode van ruim 10 jaar diverse plekken in Berlijn gefotografeerd en de exacte geografische coördinaten genoteerd. Met tussenpozen van enkele jaren is hij naar de plaatsen teruggekeerd en heeft ze opnieuw op de gevoelige plaat vastgelegd. Het resultaat is een spannende weergave van de vele veranderingen die deze stad sinds de val van de muur heeft doorgemaakt en nog doormaakt. Berlijn is altijd in beweging, is een vaak gehoorde uitspraak en de beelden van Ruetz onderstrepen dit nog een keer.
Door de tentoonstelling kreeg ik regelrecht zin om een aantal oude foto’s op te snorren die ik zelf in deze periode heb gemaakt, en de hierop afgebeelde plaatsen nog eens te bezoeken en te fotograferen.
Mijn foto’s zijn geen kunstwerken. Het zijn de impressies van een twintigjarige die diep onder de indruk was van Berlijn en haar turbulente geschiedenis. Van fotograferen had en heb ik nog steeds geen kaas gegeten. Maar het is mijn persoonlijke “Eye on Time” en het was spannend en leuk om nog een keer terug te gaan in de tijd en een aantal momenten uit het verleden weer levendig voor de geest te halen.


Schlossplatz met blik op Staatsoper en Zeughaus 1991 © balanda


Schlossplatz 2007 © balanda


Marx-Engels Forum met Palast der Republik op de achtergrond 1991
© balanda


Marx-Engels Forum met restanten van Palast der Republik op de achtergrond 2007 © balanda


Brandenburger Tor met blik op Oost-Berlijn 1991 © balanda


Brandenburger Tor met blik op Oost-Berlijn 2007 © balanda


Op het dak van de Reichstag met blik op Oost-Berlijn 1999 © balanda


Op het dak van de Reichstag met blik op Oost-Berlijn 2007 © balanda


Voormalig grensgebied omgeving Potsdamerplatz met blik op Reichstag en Brandenburger Tor 1993 © balanda


De plek waar ik in 1993 stond heet nu In den Ministergärten 2007
© balanda


Gefotografeerd vanuit een wachttoren aan de Schiffbauerdamm 1992 © balanda


Schiffbauerdamm (de wachttoren is er niet meer) 2007 © balanda


Voormalig grensgebied aan de Schiffbauerdamm 1992 © balanda


Op de plek waar ik in 1992 stond bevindt zich nu het Bundes Presse Strand 2007 © balanda


Muurrestanten aan de Schiffbauerdamm tegenover de Reichstag 1991 © balanda


Marie-Elisabeth-Lüders-Haus (Bundestagsbibliothek) op exact dezelfde plek aan de Schiffbauerdamm 2007 © balanda


Muurrestanten in het Marie-Elisabeth-Lüders-Haus 2007 © balanda

Monday, February 11, 2008

All Time Heroes Part 2 - Morrissey

Wie is Steven Patrick Morrissey eigenlijk? Menigeen heeft deze vraag al eens proberen te beantwoorden, maar niemand weet het precies. Eigenlijk is dat vreemd, want er zijn maar weinig zangers waarvan de teksten zo autobiografisch zijn als die van Morrissey. Of zijn ze niet meer dan mooie poëzie overgoten met een laagje verzonnen Weltschmerz? Geven ze je enkel het gevóel in zijn ziel te kunnen kijken? Niemand weet het en Morrissey zelf laat het allemaal graag in het midden. Hij is één van de geheimzinnigste popsterren die de muziekwereld ooit heeft gekend en wil dat ook graag zo houden.
Mij maakt dat allemaal niet zoveel uit. Ik heb me eigenlijk nooit echt verdiept in zijn leven. Ik weet niet hoe oud hij is en waar hij werd geboren. Natuurlijk ken ik de verhalen die er over hem de ronde doen. Zo zou hij homosexueel zijn en waarschijnlijk ook nog pedofiel. Kenners menen dat laatste te kunnen concluderen uit de tekst van het lied Reel Around the Fountain dat op het schitterende Smiths album Hatful of Hollow staat. Ik geloof er geen zak van. Verder wordt hij sinds zijn hit The National Front Disco een rassist genoemd, zou hij de afgelopen 20 jaar celibatair geleefd hebben en haat hij zijn vader. Het zal allemaal wel. Morrissey is desondanks mijn held. Al heel lang.
Het is moeilijk om aan mensen die zijn muziek niet kennen of niet mogen, uit te leggen waarom hij zo belangrijk voor mij is. Zijn muziek is de soundtrack van mijn leven. Dat is misschien de beste manier om het te formuleren. Dat wil niet zeggen dat ik zo iemand ben die denkt dat een lied speciaal voor mij is geschreven of over mij gaat. Dat is allemaal onzin. Maar ik geloof wel in een vorm van verbondenheid die muziek kan oproepen met een artiest die jou niet persoonlijk kent en andersom.
Deze verbondenheid voel ik het sterkst wanneer ik luister naar het briljante album Ringleader of the Tormentors. Of de teksten nu autobiografisch zijn of niet, je merkt dat er iets anders is. Er is iets ten goede gekeerd in het leven van Morrissey en dat stroomt letterlijk uit de groeven van deze plaat. Hoewel hij natuurlijk niets van zijn sarcasme en Weltschmerz heeft verloren, is het een optimistisch album geworden waar het persoonlijk geluk vanaf straalt. Ik hoorde Ringleader of the Tormentors voor het eerst op een cruciaal moment in mijn leven, toen zich ook bij mij een positieve wending voltrok. Met name het laatste nummer At last I am born is voor mij zo herkenbaar en spreekt me dermate uit het hart, dat ik het niet hardop mee kan zingen zonder een brok in mijn keel te krijgen.
In december 2006 ging een lang gekoesterde droom in vervulling. Ik zag Morrissey voor het eerst live. Het klinkt belachelijk maar ik was al dagen van tevoren zenuwachtig en opgewonden. Mijn geduld werd ruimschoots beloond. Het was een fantastisch concert vol passie en humor. Morrissey is ongelofelijk charismatisch en windt het publiek met gemak om zijn vinger. Hij opende met Panic en had meteen iedereen op zijn hand. Treurige nummers als Every day is like sunday en How soon is now? hadden niets van hun intensiteit verloren, maar klonken op de een of andere manier lichter. Het was alsof het hem niet meer zoveel kracht kostte ze te zingen, alsof het geoorloofd was zijn optimisme erin te laten doorklinken. Bij Irish Blood, English Heart stond de zaal op z‘n kop en dat bleef zo tot het einde. Ik heb daarna nog dagenlang met een smile op mijn gezicht rondgelopen en iedereen bestookt met verhalen over mijn held. De Berliner Morgenpost kopte de volgende dag:

Im ewigen Licht der Liebe
Wie sich Morrissey, die Diva der britischen Pop-Musik, in der Arena selbst übertraf

Een fan schreef:

Morrissey war eine Erleuchtung!

Meer hoef ik er niet aan toe te voegen.

Viva Morrissey!

Sunday, February 10, 2008

New York Diaries - Hooked on Red Hook

In september waren we een week in Brooklyn. Ik zeg bewust Brooklyn en niet New York, omdat Brooklyn net zo weinig New York is als Berlijn Duitsland.
Na een week Manhattan was het een verademing om in het dorpse Park Slope rond te slenteren en weer rustig te kunnen slapen, zonder loeiende sirenes en een ratelende airco. Verder is Brooklyn gewoon leuk. Het is de wereld op kleine schaal. Hispanics, zwarten, orthodoxe joden, russische emigranten en natuurlijk blanke Amerikanen wonen samen op dit stukje aarde aan gene zijde van de East River. In de week dat we er waren hebben we dagelijks een wandeling gemaakt door een andere wijk en zo iets opgesnoven van de diversiteit van Brooklyn.
Ik was erg gecharmeerd van Red Hook. Dit verpauperde, maar geenszins verloren stukje Brooklyn werd in 1939 door de bouw van de Gowanus Expressway van de rest van de stad afgesneden. Sindsdien leidt het een noodlijdend bestaan. Omdat het zo geïsoleerd ligt – er rijdt alleen een bus naartoe – wordt het genegeerd door de huisjesmelkers en real estate agents. En dat is aangenaam. Red Hook is één van de weinige plekken waar de huren nog betaalbaar zijn en waar de sfeer niet door nieuwe rijken en hipsters wordt bepaald. Een andere aangename bijkomstigheid is dat er nauwelijks toeristen zijn. Dat geeft me altijd het gevoel dat je toch nog iets kunt ontdekken op deze drukbereisde wereld.
Red Hook beviel me denk ik zo goed, omdat het me heel erg aan Berlijn deed denken. Het heeft her en der verspreid diezelfde verlaten, winderige terreintjes met bouwvallige, aftandse huizen en fabrieksgebouwen. En net als in Berlijn wacht er op elke hoek een verrassing; iets wat je helemaal niet verwacht. Zo stonden we na een aantal stoffige straten in één keer voor de Tap Room, een toffe bar waar het lekker koel was en we in gesprek raakten met de barjuffrouw. Van haar ervoeren we dat je een Amerikaan alleen kunt overtuigen zelf een tas mee te nemen naar de supermarkt, wanneer je hem attendeert op het gemak van een schoudertas en hem aan het verstand peutert dat de hengsels niet in je vlees snijden zoals bij die goedkope plastic tasjes. Argumenten dat al dat plastic slecht is voor het milieu en de oorlogen op deze wereld bevordert, zijn aan dovemansoren gericht. Niet dat er daarmee in Red Hook nog iets te redden valt ...
Op een terrein met wat oude fabrieksgebouwen zagen we een deur open staan die toegang bood tot Steve's Authentic Key Lime Pie. Op een bankje in de zon, direct aan het water heb ik het lekkerste citroengebakje ter wereld gegeten. Het was een wonderlijke belevenis deze in de wijde omgeving bekende koekenbakker aan te treffen tussen betonnen buizen, machineonderdelen en andere ouwe troep. Ik hou van dat soort onverwachte plekjes in een kapotte, uitgerangeerde omgeving. Perfekte steden en buurten vind ik saai. Red Hook is mijn Walhalla.
De hoofdstraat van Red Hook is Van Brunt Street. Ze eindigt aan het water, waar schitterende pakhuizen ruimte bieden aan kunstenaars en andere creatievelingen. Je merkt dat er langzaam weer wat leven komt, maar op een aangename manier. Geen lelijke renovaties of cool gedoe. Gewoon relaxed. Langs het water kom je op het meest westelijke puntje van de wijk, dat van alle plekken in New York het dichtst bij het vrijheidsbeeld ligt. Hier bevindt zich het lieflijke Louis J. Valentino Jr. Park met een pier waar je de tijd heerlijk weg kunt laten tikken. Manhattan lijkt mijlenver weg, hoewel het hemelsbreed gezien maar een paar kilometer verderop ligt. Downtown is er geen enkel park waar je langer dan een minuut alleen bent. Hier kun je een uur zitten zonder iemand anders te zien. Daar te zijn op die warme namiddag, stemde me melancholisch. Even vergat ik Berlijn en probeerde me voor te stellen in Red Hook te wonen. Geen onaangename gedachte. Een fantastische, ietwat mysterieuze plek. Maar het is en blijft toch Amerika. Het land en de mensen zouden me op den duur op mijn zenuwen gaan, vrees ik. Maar als ik nu een jaartje naar New York moest …

Tips:
Waterfront Museum
Kentler Gallery
Brooklyn Waterfront Artist Coalition


Red Hook © balanda 2007

Saturday, February 9, 2008

Berlijnse Notities - Mijn brandende liefde voor Berlijn

Is er iets mooiers dan ‘s ochtends vroeg begeleid door Elvis met de bus door Berlijn te zweven?
Vier keer per maand drijft de noodzaak me hiertoe en ik geniet er elke keer weer met volle teugen van. En dat, terwijl de eindbestemming minder interessant is, namelijk mijn werkplek in Europarc-Dreilinden, een winderig, fantasieloos industrieterrein exact op de plek waar het Westen vroeger het Oosten mocht binnenrijden.
Maar “der Weg ist das Ziel” zoals ze dat hier zo mooi plachten te zeggen. En die werkplek is zo erg nou ook weer niet.
Vooral in de winter, wanneer het om 7 uur nog donker is, vind ik het een genot me per bus door de nimmer slapende stad te laten voeren. Vanachter het glas zie ik eenzame gestaltes over straat zwalken, voorbij aan de Turkse bakkers die al een uur open zijn en de dönertentjes die nooit sluiten. In de Urbanstrasse stopt de bus precies voor café Logo, waar het nog gezellig druk is … of wordt, want ik zie de eerste kroegtijgers alweer naar binnen gaan. Er wordt op dit vroege uur nog stevig gedronken en gepaft, ondanks het rookverbod dat hier sinds 1 januari officieel geldt.
Een aantal kilometer verderop ligt de Potsdamer Platz er troosteloos en verlaten bij. Een enkele verdwaalde toerist probeert het bont verlichtte Sony Centre met zijn camera te vangen, maar verder is het armoe troef in het nieuwe hart van Berlijn. De helft van de gebouwen blijkt bij een wat nauwkeurigere blik niet meer dan een coulisse te zijn. De onafgebouwde constructies worden verhuld door metershoge reclamedoeken met winkelgevels. Of er al iemand heeft geprobeerd naar binnen te gaan?
Vroeger volgde er vanaf dit punt een kleine sightseeing by night toer langs Holocaust monument, Brandenburger Tor en Reichstag, maar sinds kort duikt de bus de Tiergarten Tunnel in. In mijn oren zingt Elvis Burning Love, terwijl we door de buik van Berlijn razen.

Lord almighty,
I feel my temperature rising
Higher higher
Its burning through to my soul

Opeens schieten we boven de grond en duikt de gigantische glasfacade van de nieuwe Hauptbahnhof voor me op. Helaas, ik moet uitstappen. Ik loop richting ingang en werp nog een laatste blik op de Fernsehturm, terwijl de zon langzaam begint op te komen.

Cause your kisses lift me higher
Like a sweet song of a choir
And you light my morning sky
With burning love

Het is fantastisch in Berlijn te zijn.