Showing posts with label New York. Show all posts
Showing posts with label New York. Show all posts

Monday, February 2, 2009

Filmtip - Man on wire

I see three oranges, I juggle. I see two towers, I walk.

- Philippe Petit -

Woorden schieten te kort om deze adembenemende documentaire over koorddanser Philippe Petit en zijn "artistic crime of the century" te beschrijven. In 1974 "danste" hij 44 minuten lang ongezekerd op 417 meter hoogte over een staalkabel tussen de Twin Towers in New York. Het is ongetwijfeld de meest waanzinnige, fantastische en mooiste kunst performance waarvan ik ooit heb gehoord. James Marsh' documentaire Man on wire bericht op ongelofelijk spannende wijze over deze "coup of the century" en heeft met recht een plaatsje in mijn Top 10 van favoriete films gekregen. ZIEN!!!!!!!

Mijn waardering: ★★★★★

★ prut ★★ gaat wel ★★★ aardig ★★★★ wow ★★★★★ top




Het WTC was niet zijn eerste performance op grote hoogte. Hij danste ook tussen de pijlers van de Sydney Harbour Bridge en tussen de torens van de Notre Dame.

Foto's van de film

Saturday, November 8, 2008

Berlijnse Notities - The world of Arthur Russell

Wie eens toe is aan iets nieuws op muziekgebied (dat eigenlijk al heel oud is) wil ik graag attenderen op het muzikale talent Arthur Russell. Onlangs zag ik de interessante documentaire Wild Combination over het leven van deze in 1992 aan aids overleden New Yorker en was geroerd door zijn diepe liefde voor muziek.
Russell was vooral geïnteresseerd in het proces rond de creatie van muziek. Dit had tot gevolg dat zijn muzikale nalatenschap enorm was, maar dat er voor zijn dood nauwelijks iets van hem werd gepubliceerd. Hij kreeg soms het verwijt, nooit iets af te maken.
Het is aan zijn levensgezel en een aantal mensen uit zijn omgeving te danken, dat zijn werk in de afgelopen jaren op CD is verschenen. Mijn favoriet is "A little lost" dat samen met nog een aantal andere mooie nummers op zijn MySpace pagina valt te beluisteren. Ook bij Audika Records kun je een aantal van zijn juweeltjes horen.

Wednesday, October 22, 2008

Berlijnse Notities - Ari & Nico

Al dagen loop ik met een ambivalent gevoel door Berlijn te dolen. In mijn binnenwereld heerst diepe ontgoocheling. Het begon allemaal afgelopen vrijdag met een prachtige hommage aan zangeres, filmster en fotomodel Nico, die dit jaar niet alleen zeventig zou zijn geworden, maar ook twintig jaar dood is. Onder de titel 70/20 traden daarom een aantal artiesten en kunstenaars in de Volksbühne op, die vroeger met haar hebben samengewerkt of die sterk door haar werden beïnvloed. Het was een stemmige avond waarop vooral de duistere, experimentele muziek van Nico centraal stond en haar grote betekenis voor de pop- en kunstwereld tot uitdrukking kwam. Ze was jarenlang de muse van Andy Warhol, had liefdesrelaties met onder andere Bob Dylan, Lou Reed en Alain Delon, speelde in La Dolce Vita van Federico Fellini, liet zich fotografreren voor Vogue en Chanel en maakte samen met The Velvet Underground één van de belangrijkste platen van de twintigste eeuw, The Velvet Underground & Nico. Ze ging ten onder aan excessief drugs- en drankgebruik.
Ik ben geen fan van Nico. Tot afgelopen week wist ik niet eens dat ze eigenlijk Christa Päffgen heet en in Keulen werd geboren. Toch ging ik naar de Volksbühne. Waarom eigenlijk? Misschien omdat haar stem Femme Fatale tot zo‘n onvergetelijk nummer heeft gemaakt dat me tot tranen toe roert. Of omdat ze een icoon van mijn jeugd was en herinneringen oproept aan een tijd die voorgoed voorbij is. Ik weet het niet. En het maakt eigenlijk ook niet zoveel uit. Ik was vrijdagavond daar en het was fantastisch. En toen gebeurde er iets raars. Aan het einde van de avond werd Nico‘s zoon Ari Boulogne naar voor geroepen. Hij bleef nog geen minuut op het podium, maar zijn verschijning sprak boekdelen. Hoeveel levens heeft hij al achter de rug, was alles wat ik dacht.
Gedurende het weekend bleef Ari ons bezighouden en we besloten op maandag nog twee films in het kader van het Nico Festival te bezoeken, Ari and Mario en The Velvet Underground and Nico, beide in 1966 door Andy Warhol opgenomen. Het werd een ontluisterende avond. In de Internet Movie Database heeft iemand over Ari and Mario een recensie geschreven onder de titel „Innocence en domesticity in a Warhol film“. De film is echter alles behalve een toonbeeld van onschuld en huiselijkheid. In de veel te kleine en aftandse kitchenette van een kamer in het beroemde New Yorkse Hotel Chelsea, waar Nico enige tijd verbleef, moet de travestiet Mario Montez op de vierjarige Ari passen, terwijl Warhol de camera laat draaien. Gedurende zestig minuten worden we er getuige van hoe een kind wordt geïnstrumentaliseerd en gereduceerd tot een object van een gewetenloze kunstenaar. De jongen wordt geen moment met rust gelaten en heeft in de kleine ruimte geen enkele mogelijkheid om zich terug te trekken. Ari zegt in de hele film niet meer dan een paar woorden en wil Montez alleen maar neerschieten met zijn speelgoedgeweer. De laatste tien minuten komt Nico terug van een middagje shoppen. Ze ziet er beeldschoon uit, maar de onzin die ze uitkraamt en haar labiele gedrag drukken meer uit dan alles wat ik inmiddels over haar heb gelezen. Ik vond de film maar moeilijk uit te houden en dat werd nog versterkt door het feit dat Ari Boulogne zelf bij ons in de zaal zat. De film is verschrikkelijk intiem en geeft de kijker een blik in de diepe afgrond waarlangs deze persoon heeft geleefd en waarschijnlijk nog leeft, en het is bizar er in zijn aanwezigheid naar te kijken. Wat ik verontrustend vond, was dat enkele bioscoopbezoekers het allemaal heel hilarisch vonden en onder de indruk waren van Nico en die overdreven opgemaakte Montez. Ik zag alleen maar Ari.
In de afgelopen dagen gingen er telkens een aantal beelden door mijn hoofd. Ik zie hoe Ari buiten de bioscoop zijn halfopgerookte sigaret terug in het pakje stopt en hoe hij aangeslagen op dat podium in de Volksbühne staat. Ik stel me voor hoe hij op zijn zeventiende door zijn moeder zijn eerste heroïnespuit gezet krijgt en hoe hij samen met haar door hun appartement kruipt, op zoek naar opium dat ze ergens hebben verstopt. Ik vraag me af wat die avond in de Volksbühne voor hem heeft betekent en probeer te begrijpen hoe het voor hem moet zijn, niet door zijn vermeende vader Alain Delon erkend te worden. Iets waar hij, zo blijkt uit een interview, erg naar verlangt. Ik ken hem niet en hij kent mij niet, en toch voel ik me betrokken.
Door Ari and Mario werd voor mij niet alleen de persoon Nico ontmythologiseerd, maar een complete subcultuur. Warhol en zijn Factory, Hotel Chelsea, Bob Dylan, Jim Morrisson en de Velvet Underground, ja zelfs Warhol‘s kunst die ik eigenlijk altijd heb bewonderd. Natuurlijk wist ik dat zich veel lelijks in Warhol‘s fabriek afspeelde, maar om op deze wijze te zien hoe hij mensen heeft geconsumeerd ten behoeve van zijn kunst vond ik ronduit shockerend. De aansluitende film The Velvet Underground and Nico kon me dan ook niet meer bekoren. Na veertig minuten hebben we de zaal verlaten. Ari ook.



Film & Boeken over Nico (en Ari)

Nico Icon
James Young - Nico: The End
James Young - Nico, Songs They Never Play on the Radio
Ari Boulogne - L‘amour n‘oublie jamais (helaas alleen in het Frans)
Bernard Violet - Les mystères Delon (helaas alleen in het Frans)

Tuesday, September 30, 2008

Berlijnse Notities - Een avond (of twee) met Paul Auster

In Berlijn worden dromen waar en hartewensen vervuld. En altijd sneller dan je denkt. Afgelopen donderdag wist ik nog niet dat mijn all time hero Paul Auster naar Berlijn zou komen. Vandaag staat zijn warme, sympathieke blik voor altijd in mijn geheugen gegrift.
Soms ontgaat je wat bij zo‘n veelzijdig en groot aanbod. Je pluist niet meer altijd de complete cultuuragenda uit om te zien wat er allemaal te doen is. Zo kon het gebeuren dat we vrijdagavond laat pas ontdekten dat Amerika‘s grootste verhalenverteller Paul Auster, Berlijn zondag en maandag met een bezoek zou vereren om zijn nieuwe film en zijn nieuwe boek voor te stellen. Ik kon wel janken. Auster in Berlijn en ik niet erbij. Een nachtmerrie.
Maar dankzij mijn creatieve vriendin, die weet hoezeer mijn hart voor Auster slaat en die gewoon niet wilde accepteren dat dit alles zomaar aan mij voorbij zou gaan, zat ik zondagavond op rij vijf van het schitterende Babylon Mitte om The inner life of Martin Frost te zien. Na afloop van de film gaf Auster een half uur durend interview en signeerde hij boeken. Intelligent, warm en met een goed gevoel voor humor, maakte hij een onuitwisbare indruk op mij. Een schrijver zoals ik me een schrijver voorstel. Hij straalt een grote innerlijke rust uit, die me zoveel energie heeft gegeven dat het leven weer niet op kan. Ik had weke knieën toen ik met mijn boeken voor zijn signeertafel stond. Voor hij ze teruggeeft, kijkt hij je recht in de ogen en hoewel hij de meeste gezichten beslist snel weer vergeet, is dat een zeer persoonlijke en attente geste.
En alsof dat nog niet genoeg was, vonden we op de website van het Berliner Ensemble nog drie grijze stoeltjes voor de lezing maandagavond. Man in the dark werd afwisselend in het Engels (door Paul Auster zelf) en in het Duits (door Jan Josef Liefers) voorgelezen. De aanwezigheid van Liefers, die wij als Dr. Boerne in Tatort Münster al lange tijd geleden in ons hart hebben gesloten, was voor ons een extra verrassing. Op de vraag hoe hij de boeken van Paul Auster heeft leren kennen, vertelde hij dat het de titel van het boek In the country of last things was, die hem als Ossi had aangetrokken. Liefers meende zich te herinneren dat hij het boek had gejat, tot grote hilariteit van het publiek en Paul Auster, en is sindsdien een kritiekloze lezer geworden. Eén keer Auster, altijd Auster.
Hoe ik aan Auster ben gekomen en waarom hij mijn favoriete schrijver en één van mijn grootste helden is, wil ik graag nog een keer in een apart stukje schrijven. Op dit moment moet iedereen me maar op mijn woord geloven dat deze man tot de beste schrijvers in de wereld behoort en gewoon zijn boeken gaan lezen.



Aan te bevelen films waarvoor Paul Auster het script schreef:
Smoke van regisseur Wayne Wang met Harvey Keitel
Blue in the face van regisseur Wayne Wang met Harvey Keitel, Lou Reed, Jim Jarmusch, Madonna e.a.

Wie Paul Auster nog niet kent, kan ik de volgende boeken in het bijzonder aanbevelen:

Moon Palace
Leviathan
Mr Vertigo
The book of illusions

Zijn vrouw Siri Hustvedt schrijft net als Auster verschrikkelijk mooie boeken. In het het bijzonder kan ik What I loved aanraden.


© Balanda 28 september 2008

Thursday, May 15, 2008

Berlijnse Notities - Sex en de Berlijnse City

Vandaag heb ik me voor de eerste keer in mijn leven als een groupie gedragen. Ik ben net terug van de premiere van de film Sex and the City in het Sony Center aan de Potsdamer Platz hier in Berlijn. Het was helemaal te gek. Er zat maar een metertje tussen Kim Cattrall en mij en ik kon daarom onderstaand kiekje van haar maken.
Minder dan een jaar geleden had ik nog nooit van Carrie Bradshaw en Samantha Jones gehoord. Toen we afgelopen september twee weken in New York waren, kon het natuurlijk niet anders dan dat we eindelijk bekend zouden raken met deze geweldige meiden. In ons appartementje in Brooklyn lag de eerste videobox van de serie
en elke keer als we ‚s avonds voor pampus op de bank lagen, hebben we een aantal afleveringen gekeken. Net als New York zelf, en waarschijnlijk juist ook door New York, hebben we Sex and the City meteen in ons hart gesloten.
Ik vind alle personages leuk, maar Samantha is mijn absolute lieveling. Wat een geluk dat ze uitgerekend daar waar ik stond, uitgebreid handjes begon te schudden en handtekeningen begon uit te delen. De anderen liepen vrij snel richting TV-presentator aan het einde van de rode loper, maar niet Kim Cattrall. Ze nam zich veel tijd voor de fans en kwam elke keer weer terug om zich te laten fotograferen en naar iedereen te zwaaien.
Ze heeft een enorme uitstraling en maakt een bijzonder sympathieke indruk. Ik kreeg meteen goeie zin en begon met de rest van het publiek enthousiast te juichen toen ze het publiek in het Duits toesprak (ze heeft in de tachtiger jaren met haar tweede man in Frankfurt gewoond en spreekt nog steeds een aardig woordje Duits). Iedereen ging plat toen ook zij bekende „ein Berliner“ te zijn. Samantha is the best! En dat vond Kim Cattrall zelf ook, zo bleek uit het interview dat ze gaf voordat ze de filmzaal betrad. Wat een heerlijk mens!


Sunday, March 9, 2008

New York Diaries – Osang’s timing

Sommige mensen hebben er een neus voor, om op het juiste moment op de juiste plek te zijn. De Duitse schrijver en journalist Alexander Osang is zo iemand. In zijn boek 89 verbindt hij de twee belangrijkste politieke gebeurtenissen in zijn leven, namelijk de val van de Berlijnse Muur en de aanslag op het WTC in New York.
Osang is een Berliner en bovendien een Ossi en was dus in Berlijn toen de Muur werd geopend. Weliswaar lag hij op de avond van 9 november in zijn bed toen de eerste Trabantjes West-Berlijn binnenpruttelden, maar in de volgende dagen en weken was hij er getuige van hoe zijn land langzaam ophield te bestaan. Hij was er niet rouwig om. Nooit had hij gedacht dat het voor hem uitgestippelde pad binnen de DDR in een y-splitising zou veranderen die hem toegang tot de rest van de wereld zou verschaffen.
In 1999 vertrok hij naar New York en leefde zeven jaar lang in het lieflijke Park Slope in Brooklyn. Zijn kantoor lag in Manhattan en op 11 september 2001 bevond hij zich daarom opnieuw in het centrum van de wereld. Dit keer was hij klaarwakker. In plaats van weg te rennen, werd hij letterlijk door de plek des onheils aangetrokken en zag de tweede toren van het WTC vlak voor zijn ogen in elkaar storten. Iemand duwde hem op tijd een kelder in anders had hij het misschien niet eens na kunnen vertellen.
Wat ons betreft, heeft de uitgave van zijn nieuwe roman Lennon ist tot ook weer met timing te maken. Dit keer is de uitgave van het boek echter niet met een belangrijke politieke gebeurtenis verbonden, maar met iets dat alleen van betekenis was voor onszelf. Het beschrijft New York precies zoals wij het hebben beleefd. Lennon ist tot werd vlak voor ons bezoek aan New York uitgegeven en wij ontdekten het meteen na terugkomst. Daar zijn we blij om, want hierdoor heeft het ons beeld van de stad niet mee bepaald, maar bevestigd. Deze gelukkige samenloop van omstandigheden heeft onze herinneringen aan New York nog dierbaarder gemaakt. Dankzij Osang zijn ze in boekvorm verkrijgbaar, waardoor ze niet meer alleen in ons hoofd bestaan, maar voor iedereen toegankelijk zijn.
Twee weken geleden hebben we Osang in levende lijve ontmoet toen hij in het Brecht-Haus in Berlin-Mitte voorlas uit zijn nieuwe roman. Als een stel groupies hingen we aan zijn lippen en na afloop schoven we met een rood hoofd een stapel eigen werk onder zijn neus, dat hij – symphatiek als hij is – braaf heeft gesigneerd. Ik heb me afgevraagd waarom we zo zenuwachtig waren toen we oog in oog met hem stonden. Zo beroemd is hij helemaal niet. Ik denk dat het te maken heeft met de diepe gevoelens en emoties die New York in ons heeft losgemaakt en die nu door iemand in woorden zijn gevat. Ik beleefde in Brooklyn – om precies te zijn in Coney Island – één van de mooiste dagen van mijn leven en toen Osang naar aanleiding van een vraag van mij vertelde hij dat hij heel gelukkig was geweest in Brooklyn, raakte dat bij mij een gevoelige snaar. Ik ervaar dat als iets heel bijzonders en het is spannend om de persoon te ontmoeten die dit allemaal heeft bewerkstelligd.

Soms heeft Osang ook pech. Bij de laatste grote stroomuitval in New York in 2003 was hij even niet in de stad. Toch bleef hij niet met lege handen achter. Naar eigen zeggen stortte er op die bewuste dag voor zijn ogen een gevel van een gebouw in. Beter iets dan niets.

Sunday, February 10, 2008

New York Diaries - Hooked on Red Hook

In september waren we een week in Brooklyn. Ik zeg bewust Brooklyn en niet New York, omdat Brooklyn net zo weinig New York is als Berlijn Duitsland.
Na een week Manhattan was het een verademing om in het dorpse Park Slope rond te slenteren en weer rustig te kunnen slapen, zonder loeiende sirenes en een ratelende airco. Verder is Brooklyn gewoon leuk. Het is de wereld op kleine schaal. Hispanics, zwarten, orthodoxe joden, russische emigranten en natuurlijk blanke Amerikanen wonen samen op dit stukje aarde aan gene zijde van de East River. In de week dat we er waren hebben we dagelijks een wandeling gemaakt door een andere wijk en zo iets opgesnoven van de diversiteit van Brooklyn.
Ik was erg gecharmeerd van Red Hook. Dit verpauperde, maar geenszins verloren stukje Brooklyn werd in 1939 door de bouw van de Gowanus Expressway van de rest van de stad afgesneden. Sindsdien leidt het een noodlijdend bestaan. Omdat het zo geïsoleerd ligt – er rijdt alleen een bus naartoe – wordt het genegeerd door de huisjesmelkers en real estate agents. En dat is aangenaam. Red Hook is één van de weinige plekken waar de huren nog betaalbaar zijn en waar de sfeer niet door nieuwe rijken en hipsters wordt bepaald. Een andere aangename bijkomstigheid is dat er nauwelijks toeristen zijn. Dat geeft me altijd het gevoel dat je toch nog iets kunt ontdekken op deze drukbereisde wereld.
Red Hook beviel me denk ik zo goed, omdat het me heel erg aan Berlijn deed denken. Het heeft her en der verspreid diezelfde verlaten, winderige terreintjes met bouwvallige, aftandse huizen en fabrieksgebouwen. En net als in Berlijn wacht er op elke hoek een verrassing; iets wat je helemaal niet verwacht. Zo stonden we na een aantal stoffige straten in één keer voor de Tap Room, een toffe bar waar het lekker koel was en we in gesprek raakten met de barjuffrouw. Van haar ervoeren we dat je een Amerikaan alleen kunt overtuigen zelf een tas mee te nemen naar de supermarkt, wanneer je hem attendeert op het gemak van een schoudertas en hem aan het verstand peutert dat de hengsels niet in je vlees snijden zoals bij die goedkope plastic tasjes. Argumenten dat al dat plastic slecht is voor het milieu en de oorlogen op deze wereld bevordert, zijn aan dovemansoren gericht. Niet dat er daarmee in Red Hook nog iets te redden valt ...
Op een terrein met wat oude fabrieksgebouwen zagen we een deur open staan die toegang bood tot Steve's Authentic Key Lime Pie. Op een bankje in de zon, direct aan het water heb ik het lekkerste citroengebakje ter wereld gegeten. Het was een wonderlijke belevenis deze in de wijde omgeving bekende koekenbakker aan te treffen tussen betonnen buizen, machineonderdelen en andere ouwe troep. Ik hou van dat soort onverwachte plekjes in een kapotte, uitgerangeerde omgeving. Perfekte steden en buurten vind ik saai. Red Hook is mijn Walhalla.
De hoofdstraat van Red Hook is Van Brunt Street. Ze eindigt aan het water, waar schitterende pakhuizen ruimte bieden aan kunstenaars en andere creatievelingen. Je merkt dat er langzaam weer wat leven komt, maar op een aangename manier. Geen lelijke renovaties of cool gedoe. Gewoon relaxed. Langs het water kom je op het meest westelijke puntje van de wijk, dat van alle plekken in New York het dichtst bij het vrijheidsbeeld ligt. Hier bevindt zich het lieflijke Louis J. Valentino Jr. Park met een pier waar je de tijd heerlijk weg kunt laten tikken. Manhattan lijkt mijlenver weg, hoewel het hemelsbreed gezien maar een paar kilometer verderop ligt. Downtown is er geen enkel park waar je langer dan een minuut alleen bent. Hier kun je een uur zitten zonder iemand anders te zien. Daar te zijn op die warme namiddag, stemde me melancholisch. Even vergat ik Berlijn en probeerde me voor te stellen in Red Hook te wonen. Geen onaangename gedachte. Een fantastische, ietwat mysterieuze plek. Maar het is en blijft toch Amerika. Het land en de mensen zouden me op den duur op mijn zenuwen gaan, vrees ik. Maar als ik nu een jaartje naar New York moest …

Tips:
Waterfront Museum
Kentler Gallery
Brooklyn Waterfront Artist Coalition


Red Hook © balanda 2007

Thursday, January 24, 2008

New York Diaries - I'm a Coney Island baby

Man, I‘d swear, I‘d give the whole thing up for you.

Whenever I hear Lou Reed sing the praises of Coney Island, my thoughts go back to that pleasantly warm and sunny day at the end of last year‘s bathing season, when I visited this magic, nostalgic, all-American seaside town on the southern tip of Brooklyn, New York.

It takes less then an hour with the subway to get from hipster Manhattan to this lovely, a bit run down shanty place, that the first Dutch settlers called Konijneiland, due to the numerous rabbits (= konijnen) that they saw hopping around there.
With great joy I walk through the nearly deserted streets where dubious sideshows attract the eye of the curious visitor, presenting „the smallest man in the world“ and „the woman with the snakeskin“. I stroll along legendary places like the famous Surf Hotel and Nathan‘s, where the hotdog was „invented“, up to the Cyclone, America‘s most legendary rolercoaster, that is completely made of wood. A few steps away, the Wonder Wheel has made it‘s last round for this year, just like the moonrocket of Astroland, that I can see through the closed gates. Nobody knows if they will ever open again, since the fast New York real estate guys have their eyes on the area. As far as they are concerned, it should be stuffed with ugly hotelbuildings as soon as possible. They don‘t care for the old times.

But still it is not that far yet and for now the 262 feet high Parachute Jump still adorns the beach of Coney Island. It was built for the World Exhibition of 1939 and unquestionably recalls times long gone in the minds of many Brooklynites, that drove out with thousands on a Sunday in the fities and sixties to enjoy the cool Atlantic breeze.
I get a bit sentimental and melancholic, walking on the wooden seapromenade while the sun slowly goes down. I can almost hear the music and people laughing on the fairground; I can almost see the flickering lights of the attractions while the sweet smell of spun sugar tickles my nose. As dusk is falling I take a sip of my ice cold, homemade lemonade and wish I would never have to leave. Such a perfect day.


Coney Island Promenade © Balanda 2007