Saturday, February 9, 2008

Berlijnse Notities - Mijn brandende liefde voor Berlijn

Is er iets mooiers dan ‘s ochtends vroeg begeleid door Elvis met de bus door Berlijn te zweven?
Vier keer per maand drijft de noodzaak me hiertoe en ik geniet er elke keer weer met volle teugen van. En dat, terwijl de eindbestemming minder interessant is, namelijk mijn werkplek in Europarc-Dreilinden, een winderig, fantasieloos industrieterrein exact op de plek waar het Westen vroeger het Oosten mocht binnenrijden.
Maar “der Weg ist das Ziel” zoals ze dat hier zo mooi plachten te zeggen. En die werkplek is zo erg nou ook weer niet.
Vooral in de winter, wanneer het om 7 uur nog donker is, vind ik het een genot me per bus door de nimmer slapende stad te laten voeren. Vanachter het glas zie ik eenzame gestaltes over straat zwalken, voorbij aan de Turkse bakkers die al een uur open zijn en de dönertentjes die nooit sluiten. In de Urbanstrasse stopt de bus precies voor café Logo, waar het nog gezellig druk is … of wordt, want ik zie de eerste kroegtijgers alweer naar binnen gaan. Er wordt op dit vroege uur nog stevig gedronken en gepaft, ondanks het rookverbod dat hier sinds 1 januari officieel geldt.
Een aantal kilometer verderop ligt de Potsdamer Platz er troosteloos en verlaten bij. Een enkele verdwaalde toerist probeert het bont verlichtte Sony Centre met zijn camera te vangen, maar verder is het armoe troef in het nieuwe hart van Berlijn. De helft van de gebouwen blijkt bij een wat nauwkeurigere blik niet meer dan een coulisse te zijn. De onafgebouwde constructies worden verhuld door metershoge reclamedoeken met winkelgevels. Of er al iemand heeft geprobeerd naar binnen te gaan?
Vroeger volgde er vanaf dit punt een kleine sightseeing by night toer langs Holocaust monument, Brandenburger Tor en Reichstag, maar sinds kort duikt de bus de Tiergarten Tunnel in. In mijn oren zingt Elvis Burning Love, terwijl we door de buik van Berlijn razen.

Lord almighty,
I feel my temperature rising
Higher higher
Its burning through to my soul

Opeens schieten we boven de grond en duikt de gigantische glasfacade van de nieuwe Hauptbahnhof voor me op. Helaas, ik moet uitstappen. Ik loop richting ingang en werp nog een laatste blik op de Fernsehturm, terwijl de zon langzaam begint op te komen.

Cause your kisses lift me higher
Like a sweet song of a choir
And you light my morning sky
With burning love

Het is fantastisch in Berlijn te zijn.

Sunday, February 3, 2008

Filmtip - Into the Wild van Sean Penn

Regisseur: Sean Penn
Acteurs: Emile Hirsch, Marcia Gay Harden, William Hurt, Catherine Keener e.a.
Duur: 140 minuten

In 1992 vonden twee rendierjagers het levenloze lichaam van de 24-jarige Christopher McCandless in een oude bus in de wildernis van Alaska. McCandless was wat men in het Duits een Aussteiger noemt, iemand die de samenleving de rug toekeert omdat hij er niet langer deel van uit wil maken. Twee jaar lang reist hij zonder geld en alleen met het hoogstnodige door Amerika op zoek naar waarheid. Hij kan het leugenachtige leven van zijn carrierezuchtige, materialistische ouders niet langer verdragen en de druk van hun verwachtingen niet meer weerstaan. De overmatige consumptie, het streven naar geld en carriere als hoogste doel en de verwaarlozing van de natuur jagen hem letterlijk op de vlucht voor het leven en voor zichzelf. Gedurende enkele maanden trekt hij zich terug in de eenzaamheid van de wildernis van Alaska, enkel vergezeld van zijn lievelingsboeken van Jack London, Alexander Puschkin en Lord Byron. Hier komt hij nader tot zichzelf en de natuur en beleeft hij de gelukkigste momenten van zijn leven.
Zijn ouders zijn woedend wanneer ze ontdekken dat hij al zijn geld aan een goed doel heeft geschonken en met de noorderzon is vertrokken. Na een jaar maakt hun woede echter plaats voor angst en vertwijfeling. Chris‘ afwezigheid dwingt hen hun eigen leven kritisch te bezien en zich af te vragen wie hun kind eigenlijk is. Hoewel de film dit niet expliciet toont, moeten ze tot de conclusie zijn gekomen dat ze hun eigen zoon helemaal niet kennen en nog minder begrijpen. Het is echter niet zo dat Chris nooit iets over zichzelf heeft verteld of duidelijk heeft gemaakt wat hij van de wereld denkt en verwacht. Het was echter nooit dat wat zijn ouders graag wilden horen. Zij wensen liever hun leugens voort te zetten en willen graag dat hun kinderen hieraan deelnemen; verlangen dit als het ware van ze.
Vlak voor Chris sterft, fantaseert hij van een hereniging met zijn ouders, terwijl hij liggend in de oude bus die al die maanden zijn thuis is geweest, naar de hemel staart. Hij vraagt zich af of ze hetzelfde zouden zien als hij, wanneer ze hier bij hem zouden zijn. Het is een interessante vraag. Zou zijn terugkeer werkelijk tot een verandering hebben geleid, of zouden zijn ouders toe hebben gegeven aan de verleiding om hun zoon verwijten te maken en hem de schuld te geven voor de crisis waarin hun leven zich bevindt? Hoe sterk is de wens om de leugen voort te laten bestaan en deze ook aan hun kind op te leggen? Hoe graag wensen Chris‘ ouders zich te onttrekken aan hun verantwoordelijkheden en de makkelijkste weg te kiezen?
Niet zijn verdwijning, maar pas zijn dood maakt dit uiteindelijk onmogelijk .
En wat zou Chris‘ terugkeer voor hemzelf hebben betekend? Zou hij in staat zijn geweest weer deel te nemen aan de samenleving die hij als onrechtvaardig en ziek beschouwt? Hij weet als geen ander dat het in de huidige tijd heel moeilijk is om trouw te blijven aan jezelf, je idealen en je principes. Alleen wie zich afzondert moet niet voortdurend balanceren tussen waarheid en leugen. Tegelijkertijd beseft Chris echter ook dat je echt geluk alleen ervaart als je het met anderen deelt.
Het is dit dilemma dat me in Into the Wild heeft aangesproken en dat Sean Penn op indringende wijze heeft gevisualiseerd. De stem van Eddie Vedder, die de gevoelens van de integere en oprechte Chris vertaalt middels een aantal prachtige songs, klinkt daarbij nog lang na.

Mijn waardering: ★★★★★

★ prut ★★ gaat wel ★★★ aardig ★★★★ wow ★★★★★ top

De film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal dat in het boek Into the Wild van Jon Krakauer is beschreven.


Dit zelfportret van Christopher McCandless was de laatste foto van de film die nog ontontwikkeld in zijn fototoestel zat.

Friday, January 25, 2008

Record Mania - Emotional Elvis - The Johnny Dusbaba EP

De produktieve Eindhovense band Emotional Elvis heeft weer een nieuw plaatje uitgebracht, dat de niet alledaagse naam The Johnny Dusbaba EP draagt. Wie niet weet wie Johnny Dusbaba is hoeft zich niet te schamen. Het is de naam van een in de vergetelheid geraakte Ajacied. Dat zegt echter niet per definitie iets over de kwaliteit van de plaat. Daar is net als het vorige werk van Michel Geelen en consorten niets mis mee.
Toch ben ik na de mooie voorganger Sounds Like Music een beetje teleurgesteld. De nummers zijn kleine miniatuurtjes, aardige liefdesliedjes die lekker in het gehoor liggen, maar naar ik vrees hetzelfde lot beschoren zijn als Dusbaba. Dat is jammer, want Emotional Elvis heeft genoeg potentie om een plaatsje in de eregalerij te krijgen.
Op Sound of Music was het Michel Geelen en consorten gelukt om veel stijlen samen te kneden tot een zinderend, ja soms duivels, maar vooral spannend geheel. De plaat gaf een goede indruk van de enorme creativiteit en diversiteit die er achter Emotional Elvis steekt. Op de nieuwe EP is hiervan niet meer zoveel overgebleven.
De enige echte verrassing is de gastbijdrage van de Eindhovense rapper Macro, die in het openingsnummer Centerfold Kisses een aantal woorden in het Nederlands ten beste geeft. Mijn favoriete nummer is echter Head Down, dat zich langzaam en onopvallend ontwikkelt tot een krachtige, mooie song. Geelen‘s meer pratende dan zingende stem klinkt een beetje duister en doet heel in de verte aan Lou Reed denken. Dat is een compliment. De overige drie nummers zijn aardige popliedjes, niet meer en niet minder.
Voor wie zelf een oordeel wil vellen is de EP gratis te beluisteren op MySpace. Het album Sounds Like Music kan besteld worden via de website van Emotional Elvis.

Mijn waardering: ★★



★ prut ★★ gaat wel ★★★ aardig ★★★★ wow ★★★★★ top

Thursday, January 24, 2008

Neues aus der Mauerstadt - X-Kölln

Ein neuer Kiez wurde geboren. Sein Name: X-Kölln (sprich Kreuzkölln).

Hier, wo das "Ghetto" Neukölln auf das progressive Kreuzberg stößt und das Schlummereckchen von Treptow als grüne Barriere dient, tut sich seit einiger Zeit was. Zwischen den vielen Dönerbuden und Ramschläden entdeckt man fast jede Woche was neues. Vorbei sind die Zeiten, wo es an jeder Ecke eine verrauchte Berliner Eckkneipe namens Donnerwetter, Zur Traube oder Kindl Eck gab. Nein, wir haben jetzt auch echte Café‘s wie zum Beispiel das Ä, Jansa 7, Ringo und Freies Neukölln. Und sogar ein schwullesbisches Kollektivbetrieb namens SilverFuture. Diese Kneipe für „Kings and Queens and Criminal Queers“ liegt gemütlich neben dem immer nach Vanille duftenden, Türkischen Männerlokal „Sonne“, wo Rummikub und Wasserpfeife Hand in Hand gehen.

Da X-Kölln noch nicht von den Massen entdeckt wurde, lässt es sich hier gut wohnen. Das hübsche Landwehrkanal sorgt im Sommer für eine frische Brise und der Schlesische Busch lädt ein zum Schlendern und Faulenzen. Die Geschichte liegt auf der Straße denn hier, an diesem „Dreiviertelpunkt“ stand die Mauer. Der Wachturm am Busch ist ein stiller Zeitzeuge.

Mitten in dieser Stadtidylle liegt die berüchtigte Rütlischule, die im vorigen Jahr Bundesweit bekannt wurde weil die Lehrer bekanntgaben, der Gewalt durch Schüler nicht mehr standhalten zu können. Sie liegt praktisch bei mir um die Ecke und die Frage stellt sich ob es nicht gefährlich sei, gerade hier zu wohnen. Man bekommt es richtig mit der Angst zu tun wenn man die Berliner Polizeigewerkschaft glaubt, die vor einigen Wochen behauptete, daß Teile von Neukölln nicht mehr zu retten sind. Bürgermeister Buchkowsky nannte diese Äußerungen „undifferenzierter Rufmord“ und meinte „so einen abenteuerlichen Quatsch habe ich lange nicht gehört“.

Klar gibt es in Neukölln massive Probleme. Jugendgewalt, Alkoholsucht und Arbeitslosigkeit sind mittlerweile synonym mit diesem Viertel. Aber wenn man die Boulevard- und Schwachsinnigenzeitungen Bild oder Berliner Kurier liest, würde man fast glauben, man lebe in einem Ghetto. Eins kann ich sagen. Neukölln ist weit entfernt von Zuständen wie in der New Yorker Bronx oder dem Südafrikanischem Johannesburg.
Die Ehrlichkeit gebietet aber zu sagen, daß X-Kölln der "gehobene" Teil von Neukölln ist. Hier nimmt der Leerstand sichtbar ab, und ändert das Publikum sich ein wenig. Das gibt Hoffnung für die Zukunft.

Falls du Lust hast X-Kölln mal näher kennen zu lernen, dann kann ich dir herzlich empfehlen im Juni mal das jährlich zurückkehrende Festival 48 Stunden Neukölln zu besuchen.

Kneipen:
SilverFuture
Freies Neukölln
Ä



Elbestraße Neukölln © balanda 2005

New York Diaries - I'm a Coney Island baby

Man, I‘d swear, I‘d give the whole thing up for you.

Whenever I hear Lou Reed sing the praises of Coney Island, my thoughts go back to that pleasantly warm and sunny day at the end of last year‘s bathing season, when I visited this magic, nostalgic, all-American seaside town on the southern tip of Brooklyn, New York.

It takes less then an hour with the subway to get from hipster Manhattan to this lovely, a bit run down shanty place, that the first Dutch settlers called Konijneiland, due to the numerous rabbits (= konijnen) that they saw hopping around there.
With great joy I walk through the nearly deserted streets where dubious sideshows attract the eye of the curious visitor, presenting „the smallest man in the world“ and „the woman with the snakeskin“. I stroll along legendary places like the famous Surf Hotel and Nathan‘s, where the hotdog was „invented“, up to the Cyclone, America‘s most legendary rolercoaster, that is completely made of wood. A few steps away, the Wonder Wheel has made it‘s last round for this year, just like the moonrocket of Astroland, that I can see through the closed gates. Nobody knows if they will ever open again, since the fast New York real estate guys have their eyes on the area. As far as they are concerned, it should be stuffed with ugly hotelbuildings as soon as possible. They don‘t care for the old times.

But still it is not that far yet and for now the 262 feet high Parachute Jump still adorns the beach of Coney Island. It was built for the World Exhibition of 1939 and unquestionably recalls times long gone in the minds of many Brooklynites, that drove out with thousands on a Sunday in the fities and sixties to enjoy the cool Atlantic breeze.
I get a bit sentimental and melancholic, walking on the wooden seapromenade while the sun slowly goes down. I can almost hear the music and people laughing on the fairground; I can almost see the flickering lights of the attractions while the sweet smell of spun sugar tickles my nose. As dusk is falling I take a sip of my ice cold, homemade lemonade and wish I would never have to leave. Such a perfect day.


Coney Island Promenade © Balanda 2007

Wednesday, January 23, 2008

All Time Heroes Part 1 - Elvis Presley

Hieronder dan mijn eerste posting. Het lijkt me leuk om wat over mijn liefde voor de aan de rechterkant genoemde all time heroes te schrijven. Vandaag deel 1 over Elvis Presley.

Elvis is The King. Daar valt met mij niet over te twisten. Noem zijn liedjes wat mij betreft ouderwets of saai, toch is en blijft hij de uitvinder van de moderne popmuziek. Zonder zijn revolutionaire interpretaties van nummers als Blue suede shoes en Hound Dog geen Rolling Stones of U2. De generaties die na zijn dood zijn geboren kunnen zich dit vaak maar moeilijk voorstellen, maar voor mij, die vroeger vaker op zondagochtend toekeek hoe papa op band meezong met It‘s now or never of Love Me Tender, is dit gewoon zo. Dat zijn muziek tijdloos en nog steeds actueel is, bewijst de monsterhit Little Less Conversation van Junkie XL, die wekenlang de hitlijsten domineerde. Ook Rubberneckin‘, dat door Paul Oakenfold in een nieuw jasje werd gestoken, is nog steeds regelmatig op de Berlijnse radiozenders te horen. The King is still alive.

Sinds die zondagochtenden aan het einde van de jaren zeventig, zijn er vele Elvis-loze jaren voorbij gegaan, en het is eigenlijk pas sinds een jaar of twee dat de King weer terug is in mijn leven. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik zijn muziek hoor of even stilsta bij zijn dood. Hoewel ik snel gefascineerd kan raken door mensen met een bijzondere uitstraling, passie of levensgeschiedenis, heb ik me zelden zo lang en intensief met een beroemdheid beziggehouden als met Elvis Presley. Hij laat me niet meer los.

Het is makkelijk om een aversie tegen de persoon Elvis te ontwikkelen, wanneer je hem enkel beoordeelt op zijn imago. Voor de buitenwereld was hij een rokkenjager, die stikte van het geld en het graag breed liet hangen. Omdat hij altijd omringd was door een select groepje intimi dat de Elvis-mafia werd genoemd, leek hij werkelijk een koning die regeerde over zijn onderdanen. De werkelijkheid was echter anders. Ondanks zijn enorme rijkdom is Elvis in wezen altijd een gewone jongen gebleven. Een enkele uitzondering daargelaten, wordt hij door alle mensen die hem ooit hebben ontmoet als een uiterst gul, innemend en vriendelijk mens beschreven, die geen sprankje arrogantie toonde en steeds met interesse naar anderen luisterde. Nimmer probeerde hij bewust de aandacht naar zich toe te trekken. Hij had een goed gevoel voor humor en greep elke gelegenheid aan om een nummer ten beste te geven, tot groot plezier van de aanwezigen, die werden aangestoken door zijn enthousiasme. Hij was steeds een enorme inspiratie en zelfs mensen die niet van zijn muziek hielden, raakten tijdens een ontmoeting volledig in zijn ban.Natuurlijk hield hij er diverse relaties met vrouwen op na, maar hij toonde zich daarbij zelden respectloos. Pas in de laatste jaren van zijn leven, toen zijn pillenverslaving volledig bezit van hem had genomen, gedroeg hij zich vaker agressief en onredelijk en had hij zich steeds minder vaak onder controle.

Wie geinteresseerd is in de persoon achter het imago kan ik van harte het boek Careless Love van Peter Guralnick aanbevelen dat de meest uitputtende een eerlijke biografie over Elvis is. Na het lezen van dit boek heb ik Elvis voorgoed in mijn hart gesloten.

Ik hou het meest van zijn latere werk dat lekker sentimenteel is, kitschig zo je wilt. Mijn all time favourite is Moody Blue dat de vrolijkheid van een Schlager heeft, maar niet dat goedkope. Luister ook eens naar If I can dream, waarmee hij eind jaren zestig zijn come-back maakte. Dit is Elvis ten top. Zoveel emotie en kracht vind je zelden in een nummer. Ja, en noem ze verder maar op. Kentucky Rain, Memories, In the ghetto, Way Down, You Don‘t Have To Say You Love Me en ga zo maar door. Mooie muziek voor een regenachtige zondagmiddag.
Maar zijn vroegere plaatjes zijn natuurlijk ook fantastisch. Bossa Nova Baby kan op elke Cocktail Party worden gedraaid en het is ook lekker dansen op King Creole of Wear My Ring Around Your Neck. Rock ‚n Roll van de bovenste plank.

Elvis has left the building but he is always somewhere around.

To blog, or not to blog

Ik en bloggen. Of dat wat wordt?

Chat, MSN, Skype, You Tube, My Space en zelfs het mobieltje zijn niet aan mij besteed. 't Is niet dat ik niet weet hoe deze dingen werken, maar ik verdoe er niet graag mijn tijd mee. Waarom dan wel bloggen?

Geen idee.

Eens kijken hoe lang ik het volhou.

We'll see.